23 februari 2006

Open grenzen? We openen het debat !

23-02-2006
Open grenzen? We openen het debat !

Het kabinet heeft aan de Tweede Kamer toegezegd voor 1 april een standpunt in te zullen nemen. Maar nu al zijn werkgevers en werknemers in debat met het kabinet. Daarbij kunt ook ú uw stem laten horen. Bent u het eens met ons standpunt ? Of niet ? Stuur een e-mail naar info@vc-mhp.nl! Hieronder vindt u meer achtergrondinformatie, ook over de redenen voor ons standpunt.

De Nederlandse situatie nu
In Nederland mogen momenteel jaarlijks maximaal 22.000 werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten aan de slag, en alleen op moeilijk vervulbare vacatures. Deze overgangsregeling geldt vanaf 1 mei 2004, het moment waarop de Europese Unie tot 25 lidstaten werd uitgebreid. De “oude” EU-lidstaten mogen vanaf 1 mei 2006 voor nog eens drie jaar beperkingen instellen, en per 1 mei 2009 voor nog eens twee jaar. Daarna mogen geen beperkingen meer worden ingesteld. Ooit gaan de grenzen dus helemaal open. De vraag is alleen: wanneer ?
Momenteel gelden in drie landen geen beperkingen voor werknemers uit de nieuwe EU-lidstaten: Groot-Brittannië, Ierland en Zweden.

Feiten en cijfers
Onderzoek, in opdracht van het kabinet verricht door onderzoeksbureau Ecorys, laat zien dat er in 2005 zo’n 30.000 tewerkstellingsvergunningen zijn verleend aan werknemers uit de nieuwe lidstaten. De onderzoekers verwachten dat als de overgangsbepalingen blijven gehandhaafd het aantal tewerkstellingsvergunningen in 2006 niet sterk zal veranderen. Gaan de grenzen open, dan komt de waarschijnlijke bruto arbeidsmigratie in 2006 uit tussen de 53.000 en 63.000 personen, waarvan het grootste deel slechts een paar maanden in Nederland werkt (het gaat dan b.v. om seizoensarbeid in de land- en tuinbouw). De onderzoekers verwachten dat de top wordt bereikt in 2010, met zo’n 75.000 tot 90.000 personen. Op korte termijn komen deze migranten met name terecht in de ‘lagere’ beroepen in de land- en tuinbouw, de vleesverwerkende industrie, de transportsector en de uitzendbranche. De onderzoekers verwachten een licht loondrukkend effect, met name voor concurrerende werknemers in deze sectoren, en achten het mogelijk dat “de arbeidsmoraal van met name Poolse arbeidsmigranten rolbepalend wordt” in deze sectoren. De onderzoekers verwachten dat op korte termijn sprake zal zijn van verdringing van ingezetenen en achten het niet uitgesloten dat deze verdringing substantieel zal zijn. Een goede kwantitatieve schatting kunnen zij echter niet maken. Wel concluderen zij dat laag- en middelbaar geschoolde werknemers gevoeliger zijn voor verdringing dan hooggeschoolde werknemers. De onderzoekers stellen vast dat loondienst aantrekkelijker wordt bij invoering van vrij verkeer, maar zij betwijfelen of dit het aantal (schijn)zelfstandigen werkelijk zal terugdringen; wel verwachten zij dat deze groep in omvang toeneemt wanneer de overgangsbepalingen gehandhaafd blijven. Illegale arbeid zal niet verminderen bij handhaving van de overgangsbepalingen en zal (licht) dalen bij vrij verkeer.

Feiten en cijfers: Raad voor Werk en Inkomen
Al jarenlang zeggen werkgevers in de land- en tuinbouwsector moeite te hebben met het werven van voldoende geschikte ingezetenen voor met name oogstwerkzaamheden. Op initiatief van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) zijn er daarom verschillende initiatieven ontplooid om mensen met een uitkering aan de slag te krijgen in de land- en tuinbouw. Na een voorlopige evaluatie (uitgevoerd door TNO Kwaliteit Van Leven) concludeert de RWI dat er in 2005 sprake was van een bescheiden toename inschakeling uitkeringsgerechtigden in seizoenarbeid. Ondanks de nog bescheiden resultaten ziet de RWI voldoende redenen voor betrokken partijen om dergelijke projecten voort te zetten. Dat kan van belang zijn om volledige verdringing van ingezetenen in deze sector bij vrij verkeer per 1 mei 2006 te voorkomen.

Feiten en cijfers: Europese Commissie
Ook de Europese Commissie heeft op 8 februari jl. een rapport gepubliceerd over de instroom van werknemers uit de nieuwe Europese lidstaten. Dit rapport concludeert dat deze instroom over het algemeen kleiner is geweest dan eerder werd verwacht en overwegend positieve gevolgen heeft gehad voor de Europese economie, mede doordat tekorten op nationale arbeidsmarkten erdoor zijn bestreden. In Groot-Brittannië, Ierland en Zweden (waar, zoals gezegd, geen beperkingen gelden), is de werkloosheid gedaald en de economie gegroeid. Het rapport concludeert tevens dat er geen rechtstreeks verband is tussen de omvang van migratiestromen en het al dan niet instellen van overgangsmaatregelen. De omvang van migratiestromen is eerder gerelateerd aan vraag- en aanbod op de arbeidsmarkt. Overgangsmaatregelen zouden echter in sommige landen wel tot ongewenste neveneffecten hebben geleid, zoals illegaliteit en schijnzelfstandigheid.
Europees commissaris Vladimir Spidla adviseert lidstaten op grond van de conclusies uit dit rapport nog eens heel goed na te denken of verlenging van overgangsmaatregelen wel echt nodig is.

Dienstenrichtlijn en kennismigrantenregeling
De internationale arbeidsmobiliteit binnen Europa wordt niet alleen beinvloed door de beslissing over het vrij verkeer van werknemers per 1 mei aanstaande, maar ook door de discussies over de Dienstenrichtlijn en over de kennismigrantenregeling. In het debat is het zaak om deze drie nauw met elkaar verbonden onderwerpen – 1 mei, Dienstenrichtlijn en kennismigrantenregeling – goed van elkaar te onderscheiden.

Dienstenrichtlijn
Het Europees parlement heeft op 16 februari – in eerste lezing – ingestemd met een sterk aangepaste versie van de veelbesproken Dienstenrichtlijn, ook wel de Bolkesteinrichtlijn genoemd. Conform het SER-advies uit 2005 over deze richtlijn heeft de nieuwe versie van de richtlijn geen gevolgen voor het arbeidsrecht. De Dienstenrichtlijn kan er in de nieuwe versie dus niet toe leiden dat op bijvoorbeeld Poolse werknemers Poolse arbeidsvoorwaarden van toepassing zijn.

Kennismigrantenregeling
Het kabinet heeft de Nederlandse kennismigrantenregeling geëvalueerd, met een positief resultaat. Deze regeling maakt het voor kenniswerkers – het gaat dan om werknemers met een inkomen boven de 45000 euro en het gaat voornamelijk om internationale managers, onderzoekers en ICT’ers boven de dertig jaar – mogelijk om via een vereenvoudigde toelatingsprocedure in Nederland te komen werken. Een tewerkstellingsvergunning is niet nodig en binnen twee weken wordt een verblijfsvergunning verstrekt (voor maximaal vijf jaar). Op grond van het succes van de kennismigrantenregeling – de concurrentiekracht van de Nederlandse economie en de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven zouden door de kennismigrantenregeling verbeterd zijn – wil het kabinet nu ook de procedure van migranten die geen kennismigrant zijn, maar die wel passen in het streven naar een dynamische kenniseconomie, versnellen en vereenvoudigen.

Veranderingen in economische situatie, WAGA en notificatieplicht
De economische situatie in Nederland is nu een andere dan enkele jaren geleden. Het lijkt er nu op dat de economie de komende tijd weer voorzichtig zal aantrekken. Daardoor kunnen er meer vacatures ontstaan en wordt de kans op verdringing van ingezetenen door immigranten uit de nieuwe lidstaten kleiner. Ook op het gebied van de wet- en regelgeving zijn er twee veranderingen doorgevoerd: de werkingssfeer van de WAGA – de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid – is per 1 januari jl. uitgebreid en de tewerkstellingsvergunning bij grensoverschrijdende dienstverlening is vervangen door een notificatieplicht.

Welke arbeidsvoorwaarden gelden bij grensoverschrijdende arbeid ?
Op grond van de detacheringsregeling en de WAGA, die voortkomt uit Europees recht, zijn altijd de volgende regels van toepassing op grensoverschrijdende arbeid in Nederland ongeacht de duur daarvan, ook wanneer het gaat om een Nederlandse of buitenlandse werknemer in dienst van een buitenlandse werkgever:

a. De civielrechtelijke wettelijke bepalingen (Burgerlijk Wetboek) inzake:

  • vakantie (artikelen7:634 tot en met 642 en 645);
  • arbeidsomstandigheden (artikel 7:658);
  • gelijke behandeling (artikel 7:647 en 648);
  • het ontslagverbod bij zwangerschap(artikel 7:670, lid 2).

b. De volgende publiekrechtelijke arbeidsrechtelijke regels:

  • Wet Minimumloon en minimumvakantiebijslag(WML);
  • Arbeidstijdenwet (ATW);
  • Arbeidsomstandighedenwet (ArboW);
  • Algemene wet gelijke behandeling (AWGB);
  • Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (WAADI).

c. De algemeenverbindendverklaarde CAO-bepalingen inzake:

  • maximale werktijden en minimale rusttijden;
  • vakantie;
  • loon, inclusief vergoedingen voor overwerk;
  • voorwaarden betreffende uitzending en inlening van arbeidskrachten;
  • arbeidsomstandigheden;
  • beschermende maatregelen voor jongeren en zwangere of pas bevallen werkneemsters;
  • non-discriminatiebepalingen.

Voor 1 januari 2006 gold dit uitsluitend voor de bouwnijverheid. Sinds die datum geldt dit voor alle algemeen verbindend verklaarde CAO's. Ook uitzendkrachten vallen onder deze regeling, nu de CAO Uitzendondernemingen algemeen verbindend is verklaard.

Het zwakke punt van deze constructie is en blijft de handhaving. In de Stichting van de Arbeid onderhandelen werkgevers en werknemers de komende tijd over maatregelen om te komen tot handhaving van de WAGA. Waarschijnlijk is daarbij hulp van de overheid nodig, zodat sociale partners precies te weten kunnen komen wie er in een bepaalde sector werkzaam is. Dit zou bijvoorbeeld geregeld kunnen worden via deels geanonimiseerde inzage achteraf in de loonaangifte bij de Belastingdienst.

Tewerkstellingsvergunning vervangen door notificatieplicht
De tewerkstellingsvergunning bij grensoverschrijdende dienstverlening, die dienstverleners nodig hadden wanneer zij werkten met werknemers waarvoor geen vrij verkeer geldt, is sinds 1 december 2005 vervangen door een notificatieplicht (ofwel een meldingsplicht bij het CWI). Dat moest wel omdat geheel vrij verkeer van dienstverlening wel een Europese verplichting is. De met notificatie verkregen algemene inzichten worden toegankelijk voor werkgevers- en werknemersorganisaties. Dat kan helpen bij een betere handhaving.

Ons standpunt
Vrij verkeer van werknemers per 1 mei met als voorwaarden betere samenwerking tussen overheid en sociale partners bij de handhaving van CAO-bepalingen voor iedereen en uitbreiding van de Arbeidsinspectie om illegale arbeid tegen te gaan. Dat is in het kort ons standpunt. Vóór invoering van vrij verkeer pleit de mogelijkheid om moeilijk vervulbare vacatures te kunnen vervullen en de daarmee samenhangende economische groei. Vóór invoering van vrij verkeer pleit ook de hoop dat daarmee illegaliteit en schijnzelfstandigheid kunnen worden tegengegaan, zodat concurrentie op arbeidsvoorwaarden wordt vermeden. In principe liggen er op dat vlak geen problemen meer nu de werkingssfeer van de WAGA is uitgebreid tot alle algemeen verbindend verklaarde CAO’s en de Dienstenrichtlijn is aangepast. Maar alles staat of valt met handhaving. Invoering van vrij verkeer moet dan ook gepaard gaan met invoering van betere handhavingmogelijkheden: de overheid moet de sociale partners op de een of andere wijze helpen bij het handhaven van CAO-bepalingen en de capaciteit van de Arbeidsinspectie zal moeten worden uitgebreid. Daarnaast moeten ‘kansarmen’ in sectoren als de bouw, het transport en de land- en tuinbouw worden ondersteund, onder andere door uitvoering van de afspraken over scholing, stageplaatsen en employability die op de Werktop zijn gemaakt.
Vóór invoering van vrij verkeer pleit tenslotte de basisgedachte van een interne Europese markt. Aangezien dienstverlening wel geheel vrij is, zal nu ook het vrij verkeer van werknemers moeten worden ingevoerd mits aan onze condities is voldaan, zodat de arbeidsverhoudingen in Nederland niet worden ondermijnd. Het gaat dan dus om het totstandbrengen van een zo transparant mogelijke situatie, zodat wordt voorkomen dat niet correct wordt gehandeld: schijnzelfstandigheid moet worden tegengegaan en er moet goede controle worden geregeld.