5 januari 2006

Enkele bespiegelingen in het nieuwe jaar door MHP-voorzitter Ad Verhoeven

05-01-2006
Enkele bespiegelingen in het nieuwe jaar door MHP-voorzitter Ad Verhoeven

“Zo tegen het eind van het jaar of in het begin van het nieuwe jaar voelen sommigen zich geroepen controversiële opvattingen te uiten. Neem bijvoorbeeld het VNO-NCW-voorstel – overigens afkomstig uit de arbeidsvoorwaardennota en niet uitgesproken tijdens een nieuwjaarstoespraak – om bovenwettelijke verlof/vakantiedagen af te schaffen tegen hoger loon. Laat ik duidelijk zijn: de MHP is tegen een verplichte verlaging van vakantie- of verlofdagen. Op basis van vrijwilligheid bestaan nu al afspraken over een uitruil tussen tijd en geld. Vervolgens wijs ik erop dat de vakbeweging in de afgelopen decennia niet voor niets heeft geijverd voor de invoering van zogeheten bovenwettelijke vakantiedagen en arbeidsduurverkorting. Bovendien is het zo en dat mogen we zeker niet vergeten, dat heel veel Nederlanders om uiteenlopende redenen behoefte hebben aan vrije tijd. Dat is, behalve geld, ook een vorm van welvaart. Dat de werknemers over ‘stuwmeren’ van vakantie zouden beschikken, noem ik flauwekul. Dit is een kwestie van organisatie. Men moet beginnen door het personeel minder te laten overwerken om vervolgens meer personeel aan te nemen. Tot slot voelen wij er niets voor om redelijke wensen voor loonsverhoging uit eigen zak te betalen door vrije dagen in te leveren.”

Verbazing
“Verbazing ook over het pleidooi van SER-voorzitter Herman Wijffels om de aftrekbaarheid van de hypotheekrente te gaan afbouwen. Dit onderwerp maakt overigens deel uit van het zogeheten middellange-termijn-advies van de SER, dat over enkele weken in de SER aan de orde komt. Juist in dit licht gezien is het op zijn zachtst gezegd opmerkelijk dat de SER–voorzitter nu al publiekelijk een standpunt hierover inneemt. Voorbarig dus, maar ook eenzijdig. De reden daarvan is dat Wijffels en in zijn kielzog vele anderen in de discussie over de woningmarkt zich uitsluitend fixeren op de aftrekbaarheid voor eigenaren van woningen, terwijl de totale fiscale subsidie op woningen 40% bedraagt. Minder dan de helft hiervan, nl. 17%, heeft betrekking op de aftrek van hypotheekrente. Het overgrote deel van subsidies op woningen, dus 23%, gaat naar de woningbouwcorporaties en naar huursubsidies. Daar hoor je in de discussie over de aftrekbaarheid van de hypotheekrente niemand over. Een andere belangrijk bezwaar tegen het afschaffen van de aftrekmogelijkheid is, dat nog nooit een grondig (economisch) onderzoek is gedaan naar de effecten van afschaffing van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente op de woningmarkt. Dit verwijt treft, wat ons betreft, ook CPB-directeur Don, die de bekende aftrekbaarheid tevens ter discussie stelt. We mogen niet vergeten dat de aftrekmogelijkheid onderdeel uitmaakt van de werking van de woningmarkt. Het klakkeloos gaan snijden in deze vorm van subsidie leidt onvermijdelijk tot malaise in de huizenmarkt en het begin van een economische crisis. Als men dan toch inkomenspolitiek wil bedrijven dan is daar het belastinginstrument voor. Overigens dient Herman Wijffels zich goed te realiseren, dat zijn opvatting over de aftrekbaarheid van de hypotheekrente een prima advies is om straks op de VVD te stemmen. Immers, van deze partij is bekend, dat zij mordicus tegen aantasting van de aftrekbaarheid van de hypotheekrente is.”

“Bezorgd maak ik mij over de huidige discussie over het ontslagrecht en de ontslagvergoeding. Werkgevers, ook werkgevers in het midden- en kleinbedrijf, roepen luid en duidelijk dat het ontslagrecht moet worden versoepeld en dat de ontslagvergoeding moet worden afgetopt. De kans dat over dit punt de SER een verdeeld advies uitbrengt, is levensgroot aanwezig. Ik blijf dit onbegrijpelijk vinden, niet in de laatste plaats vanwege het feit dat de zogeheten commissie-Rood (waarin ook vertegenwoordigers van de werkgeversorganisaties zaten) vrij recent in het advies over het ontslagsysteem stelde, dat het gangbare stelsel zo slecht nog niet is. De ommezwaai van MKB-Nederland, onder leiding van Loek Hermans, vind ik zeer opvallend. Van zijn voorganger, Hans de Boer, was bekend dat hij kon leven met het huidige systeem. Hoe dan ook, als MHP-voorzitter erger ik mij in toenemende mate aan de borrelpraat over dit onderwerp. Als werkgevers en ook delen van de politiek een soort ‘hire and fire’–cultuur prefereren, dan moeten ze dat maar zeggen. We weten dan in ieder geval waartegen we moeten vechten. Het min of meer ontmantelen van het huidige ontslagrecht past niet in onze traditie en verhoudingen. We zullen ons dan ook tot het uiterste tegen het door de werkgevers voorgestane beleid verzetten. Ik voeg er overigens aan toe, dat de veronderstelde ‘economische winst’ van een versoepeling van het ontslagrecht, nooit is bewezen. Sterker nog: buitenlandse onderzoeken tonen aan dat ontslagbescherming in alle opzichten, in economische zin, gunstiger is voor bedrijven. Werkgevers doen er verder verstandig aan zich te realiseren dat door het eventueel afschaffen van de preventieve ontslagtoets, werknemers allerminst rechteloos worden. Men stapt dan massaal naar de rechter. Daarbij kunnen de leden rekenen op steun van onze bonden. Met een massale gang naar de rechter is de MKB-achterban natuurlijk niet blij. Dat VNO-NCW-voorman Wientjes pleit voor een beperking van de ontslagvergoeding, noem ik ronduit schandelijk. Ondanks de zogenaamde code-Tabaksblat worden nog steeds miljoenen uitgegeven aan falende topmensen in het bedrijfsleven die het veld moeten ruimen. Laat men eerst maar eens naar die praktijken kijken. Wij vinden dat de CDA-fractie in de Tweede Kamer het kabinet maar moet ‘opblazen’ als deze ploeg toch aan het huidige ontslagstelsel gaat sleutelen. Dan mag van ons het kabinet weg.”

“Over de loonontwikkeling in 2006 wil ik ook iets zeggen. Het CPB voorspelt voor nieuwe cao’s een loonstijging van om en nabij 2%. Ondanks het feit dat de MHP als vakcentrale geen looneisen stelt, daar zijn de MHP-bonden voor, vind ik de CPB-ramingen wat aan de magere kant. Het economisch tij lijkt zich gunstig te ontwikkelen, mede dankzij de ‘loonoffers’ van werknemers. Het is dus niet onlogisch dat de werknemers ook profiteren van de verbetering van de economie en dat merken in de portemonnee. Bovendien is dat goed voor de binnenlandse bestedingen en voor het herstel van vertrouwen in de politiek waar iedereen om vraagt. Allerlei bezwerende en ingewikkelde formules die tot herstel van vertrouwen moeten leiden, worden als ongeloofwaardig beschouwd. Die werken niet. Er ontstaat meer vertrouwen als burgers dit voelen of merken in de portemonnee. Daar komt bij dat, gemiddeld gesproken, het bedrijfsleven goed bij kas zit en in staat is een aansprekende inkomensverbetering te realiseren. Ik zeg wel eens, dat het geld in de bedrijven tegen de plinten omhoog klotst. De arbeidsinkomensquote (het deel dat naar de lonen gaat), is sinds jaren niet zo laag geweest als momenteel. Er is fors gematigd en gereorganiseerd. De bedrijfsresultaten zijn navenant. Anders gezegd: de vermogensverhoudingen in de bedrijven zijn uitstekend. Iets anders is, dat in de afgelopen periode voor recordbedragen aan aandelen is ingekocht, in plaats van investeren. De top van het bedrijfsleven weet kennelijk niet hoe het surplus aan financiële middelen op een andere wijze aan te wenden. Het is op zich juist dat loonmatiging goed is voor de externe concurrentiepositie van het bedrijfsleven. Het is trouwens waar dat ons land aan het eind van de vorige eeuw en in het begin van deze eeuw terrein aan het buitenland heeft verloren door de sterke loonkostenontwikkeling. Deze concurrentieachterstand is inmiddels goeddeels verdwenen en was bovendien niet zo dramatisch als wel eens wordt gesuggereerd. Bezien over een langere periode zijn de loonkosten in Nederland ten opzichte van het buitenland niet uit de hand gelopen. Ik meen dan ook dat er voor het lopende jaar een loonruimte is van circa 3,5%. Dus mogen de lonen, wat de MHP betreft, best wat meer stijgen dan de voorspelde 2%.

Tot slot wens ik iedereen een collectief en solidair jaar toe.”

Ad Verhoeven, voorzitter van de vakcentrale MHP