6 juli 2017

Nog veel tijdelijke aanstellingen bij universiteiten

Op de Nederlandse universiteiten werken nog altijd veel mensen met een tijdelijke aanstelling, ondanks het voornemen om hun aantal omlaag te brengen. Ruim een kwart van het totale aantal docenten heeft een flexibel dienstverband, zo blijkt uit een overzicht van de VAWO, de vakbond voor wetenschap die bij de VCP is aangesloten. De VCP spreekt van een hoog cijfer. “Een normaal arbeidscontract zou de norm moeten zijn”, aldus voorzitter Nic van Holstein.

Lichte daling
Uit de cijfers blijkt dat 25,1 procent van het docerend personeel een tijdelijke aanstelling heeft (hoogleraar, universitair hoofddocent, universitair docent en docent). Dat is een lichte afname van 0,6 procent ten opzichte van 2015. Tussen de universiteiten komen flinke verschillen voor. Delft doet het goed met 7,2 procent, Rotterdam steekt daar met 44,4 procent schril bij af. Bij de VU in Amsterdam nam het aantal tijdelijke aanstellingen het sterkst af.

Man/vrouw
De Nederlandse universiteiten hebben in de cao beloofd het aantal tijdelijke aanstellingen terug te brengen naar 22 procent. Volgens de VCP gaat het nu wel beter, maar het is nog niet wat het moet zijn. “Er is nog veel te doen”, aldus Nic van Holstein. Uit de cijfers blijkt verder dat meer mannen dan vrouwen een vaste aanstelling hebben. In Eindhoven zijn de verschillen het grootst, in Delft zijn het kleinst.

Meer weten over de VAWO, kijk hier