30 juni 2017

​Hoge Raad: billijke vergoeding voor werknemer

Het is volkomen terecht dat bij het toekennen van een zogeheten billijke vergoeding bij ontslag de persoonlijke omstandigheden van de werknemer meetellen. Dat zegt voorzitter Nic van Holstein van de VCP in een reactie op een uitspraak van de Hoge Raad in een ontslagzaak. “Wanneer de werkgever zijn boekje te buiten is gegaan moet de ontslagen werknemer behoorlijk gecompenseerd worden.”

Kapsalon
De hoogste rechter deed uitspraak in een zaak die was aangespannen door een kapster die al 25 jaar in dienst was. Zij werd zomaar ontslagen nadat de kapsalon in handen was gekomen van nieuwe eigenaren. De advocaat van de kapster had een billijke vergoeding geëist van bijna 60.000 euro. De uitspraak van de Hoge Raad betekent dat de rechter maatwerk moet toepassen bij het toekennen van een billijke vergoeding aan een werknemer. Een lagere rechter gaat zich nu opnieuw over deze eis buigen.

Ernstig verwijtbaar handelen
In 2015 maakte de kantonrechtersformule bij ontslag plaats voor de zogeheten transitievergoeding van maximaal 76.000 euro of een jaarsalaris. Naast deze transitievergoeding kunnen werknemers op grond van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in aanmerking komen voor een billijke vergoeding bij ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Daarvoor is wel een gang naar de rechter nodig.

Persoonlijke situatie doet ertoe
Tot nu deelden rechters slechts een bestraffend tikje op de vingers uit naar werkgevers die zich niet aan de regels hielden. De Hoge Raad vindt dat te beperkt. Het gaat er om wat billijk is voor de werknemer, en niet alleen om de werkgever te bestraffen. “Rechters waren tot nu toe te voorzichtig”, zegt VCP-voorzitter Nic van Holstein. “Deze uitspraak laat zien dat een billijke vergoeding ook echt billijk moet zijn voor de getroffen werknemer en dat rechters de persoonlijke situatie en omstandigheden moeten meewegen.”