6 december 2017

​Pensioenoverleg moeizaam, maar volop in gang

In 2014 is de nationale pensioendialoog van start gegaan. Het doel was om gezamenlijk met alle betrokken partijen in Nederland de richting te bepalen waar we met het Nederlandse pensioenstelsel naar toe willen. De SER heeft in deze discussie een belangrijke rol, omdat de SER het platform is waaruit een gedragen advies aan de overheid kan komen. Het afgelopen jaar is al een aantal keer naar buiten gebracht dat een advies nabij zou zijn. Recent ook weer in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet. Echter, keer op keer is er toch sprake van uitstel gebleken. Aangezien de Vakcentrale voor Professionals – de VCP – nauw betrokken is bij deze discussie willen wij u graag meenemen in dit proces. Dit zodat u begrijpt waarom er nog geen advies ligt en waarom het ook zomaar nog geruime tijd kan gaan duren.

Redenen voor aanpassing
De crisis en de dreiging van kortingen bij diverse pensioenfondsen heeft ervoor gezorgd dat het vertrouwen in ons pensioenstelsel een deuk heeft opgelopen. Hiernaast is breed onderkend dat ook de veranderingen in de arbeidsmarkt, binnen de demografie, de rentegevoeligheid en andere maatschappelijke ontwikkelingen aanleiding geven om het pensioenstelsel tegen het licht te houden.

Voorliggende voorstellen contract zijn nog niet optimaal
Via een intensief traject waarbij diverse partijen binnen en buiten de SER zijn betrokken, is geprobeerd te komen tot concrete voorstellen om het pensioenstelsel te verbeteren. Verschillende denkrichtingen zijn daarbij verkend waarbij een overgang naar individuele pensioenvermogens met collectieve risicodeling, er één is die prominent aanwezig is. In de afgelopen maanden zijn door diverse pensioenfondsen in Nederland de voorstellen voor een nieuw pensioencontract doorgerekend. Dit nieuwe contract combineert een collectieve opbouw persoonlijk pensioenvermogen in de opbouwfase, met een uitkering uit een collectief pensioenvermogen in de uitkeringsfase. Helaas zijn de uitkomsten hiervan (vooralsnog) teleurstellend. De gehoopte voordelen blijken in de praktijk niet of nauwelijks te worden behaald en diverse aspecten vallen zelfs nadeliger uit dan in het huidige stelsel. Zo wordt voor een aantal groepen bijvoorbeeld de kans op kortingen alleen maar groter en wordt de pensioenuitkomst onzekerder.

Advies dient integraal te zijn
Daarnaast dienen er naast een nieuw pensioencontract ook aanbevelingen te worden gedaan op het gebied van de toegenomen flexibilisering (zzp’ers) en hun pensioen. De VCP wil dat voor alle werkenden een gedegen pensioen wordt opgebouwd. Een ander onderwerp van gesprek is de te snel oplopende AOW-leeftijd, welke in ieder geval op de korte termijn niet aansluit op de arbeidsmarkt.

Geen advies op korte termijn
Met deze constateringen is een breed gedragen advies niet nabij. Wij staan positief tegenover herzieningen van het stelsel als geheel, maar kiezen als de VCP wel voor kwaliteit. Dat mag u van ons verwachten. Als er meer tijd nodig is om tot een gedegen voorstel te komen, dat in het belang is van de alle werknemers en gepensioneerden, dan zullen wij die tijd zonder voorbehoud nemen. Herstel van vertrouwen in onze pensioenen begint met een eerlijk en degelijk plan voor de toekomst.

Overstap vereist concreet zicht op compensatie
Staatssecretaris Klijnsma van SZW heeft op 8 juli 2016 een Perspectiefnota over de toekomst van het pensioenstelsel aan de Tweede Kamer aangeboden. Deze nota gaat uit van geleidelijke afschaffing van de doorsneesystematiek vanaf 2020. Ook het nieuwe kabinet wil de doorsneesystematiek afschaffen.
De doorsneesystematiek zorgt voor overdrachten van jong naar oud omdat jongeren en ouderen dezelfde premie betalen en dezelfde opbouw (zgn. tijdsevenredige opbouw) krijgen, terwijl de premies van jongeren veel langer kunnen renderen en dus eigenlijk een hoger pensioen zouden kunnen opleveren. In de SER wordt er veel gesproken over afschaffing van de doorsneesystematiek, zoals die nu binnen de bedrijfstakken wordt gehanteerd in combinatie met de introductie van een doorsnee-inleg voor alle pensioenen. Praktisch betekent dit dat werknemers op jongere leeftijd relatief meer pensioen gaan opbouwen dan op latere leeftijd.

Geen pech- en gelukgeneraties
De complexiteit in deze hele discussie is dat bij gelijkblijvende kosten een verbetering voor één persoon direct samengaat met een verslechtering voor een ander. Wij vinden het onwenselijk wanneer bepaalde generaties onevenredig de prijs gaan betalen in het voordeel van anderen. Om een overgang naar een nieuw stelsel, zoals dat nu wordt geschetst op een eerlijke manier en zonder verliezers te realiseren is behalve passende overgangsmaatregelen simpelweg (tijdelijk) extra geld nodig. Een voor de hand liggende vraag is bij wie deze extra kosten terecht komen. Daarnaast moet dat nieuwe stelsel als geheel ook echt een verbetering zijn om die kosten te willen accepteren. De huidige stand van zaken is dat het op beide vlakken de uitkomsten nog niet in de buurt komen van wat de VCP wenselijk vindt.

Niet de rekening bij werknemers en gepensioneerden
De overheid en de werkgevers blijken maar in zeer beperkte mate bereid om mee te betalen en de nadelen van een overstap weg te nemen. Hoewel een oprechte poging wordt gedaan om het grote tekort dat als gevolg van een overstap ontstaat (naar schatting vele tientallen miljarden euro’s) zo eerlijk mogelijk uit te smeren over de generaties, wordt uiteindelijk de prijs vrijwel helemaal bij (een deel van) de werknemers en gepensioneerden gelegd in de vorm van lagere pensioenuitkeringen op de lange termijn.