1 juni 2018

​VCP Toelichting over berichtgeving ‘pensioenakkoord’

Toelichting vanuit de VCP aan de aangesloten organisaties voor de achterbannen naar aanleiding van gelekte stukken in De Telegraaf

Hoe kijkt de VCP aan tegen de berichtgeving over een ‘pensioenakkoord’?

De VCP betreurt dat tussenstanden van de onderhandelingen nu op straat liggen. Hierdoor kunnen allerlei misverstanden ontstaan. Dat doet het vertrouwen geen goed. Maar we laten ons niet afleiden, want wij willen voor de miljoenen werknemers en gepensioneerden een evenwichtig, vertrouwenwekkend en perspectiefvol akkoord. Daar werken wij met onze collega’s keihard aan. De gelekte stukken betreffen conceptteksten waar werkgevers- en werknemersorganisaties nog volop over in onderhandeling zijn. Er liggen nog duidelijke knelpunten voor de VCP die moeten worden weggenomen.

Is er sprake van een akkoord?

Nee, er is geen akkoord. We werken er met de andere vakcentrales hard aan om tot een acceptabel akkoord te komen. Er worden vorderingen gemaakt, maar we zijn er niet. Dit is slechts een tussenstand omdat er voor de VCP nog knelpunten zijn.

Waar streeft de VCP naar?

De VCP streeft naar een pensioenakkoord dat recht doet aan de belangen van jong en oud. Voor alle deelnemers, jong en oud, betekent dit dat het indexatieperspectief terug dient te komen. We rekenen ons arm op basis van de huidige rente en nieuwe regels. Voor de jongeren betekent dit dat ook zij perspectief moeten hebben én houden op een goed pensioen. Alles bij elkaar moet een nieuw stelsel transparant zijn en leiden tot vertrouwen onder alle generaties in ons pensioenstelsel. De collectiviteit, solidariteit en verplichtstelling moeten behouden blijven en de rekening voor een ander stelsel mag nimmer alleen bij werknemers worden gelegd. Voor de VCP is het vanaf het begin van de onderhandelingen van groot belang, dat er als gevolg van een nieuw pensioenstelsel geen pech- en gelukgeneraties ontstaan. Pensioendeelnemers moeten kunnen rekenen op een geïndexeerd pensioen en goede pensioenopbouw. Op een aantal punten heeft de VCP nog onvoldoende comfort.

Welke inhoudelijke elementen zijn voor de VCP van belang?

Het voorgestelde nieuwe collectieve pensioencontract, waarbij wordt uitgegaan van een voorwaardelijk geïndexeerd pensioen, lijkt een verbetering, al behoeft dat nog wel verdere uitwerking. Het voorgestelde contract brengt met bijpassende buffer- en rekenregels indexatieperspectief terug, zonder dat de rekening wordt doorgeschoven naar de toekomst. Voor iedereen ontstaat dan een solidair en stabiel pensioen. Voor de VCP is het van belang dat de waarderingsregels en de compensatie in de gemiste pensioenopbouw voor het afschaffen van de doorsneesystematiek nog beter worden uitgewerkt. Voor de VCP zijn dit twee belangrijke elementen waar duidelijkheid over nodig is. Een verdere uitwerking is noodzakelijk om de gevolgen in kaart te kunnen brengen en zekerheid te kunnen bieden voor de deelnemers.

Hoe zit het met die waarderingsregels?

Pensioendeelnemers moeten kunnen rekenen op een geïndexeerd pensioen en goede pensioenopbouw. Grote garanties in pensioenen kosten echter onevenredig veel geld en gaan uiteindelijk ten koste van indexatie en pensioenresultaat. Indien de aard van het contract verandert en nominale zekerheid wordt losgelaten is het vervolgens ook logisch niet langer met de risicovrije rente te rekenen. Hier moet goed naar worden gekeken, zodat er een evenwichtigere rekenrente ten grondslag aan dit contract komt te liggen. Daarnaast moet er een heldere maatschappelijke norm ten grondslag liggen aan het fiscale kader voor het nieuwe pensioencontract waarmee een goed pensioen kan worden opgebouwd.

Hoe kijkt de VCP aan tegen de afschaffing van de doorsneesystemtiek?

De afschaffing van de doorsnee-opbouw van pensioen is door de politiek als wens uitgesproken in de pensioennota en het regeerakkoord. Met die transitie zijn vele tientallen miljarden euro’s gemoeid. Het is onlogisch en onacceptabel, dat de werknemers en gepensioneerden die wens van de politiek straks voor hun rekening mogen nemen. Er wordt in de media alleen gesproken over de claim voor de AOW, maar de gevolgen van de afschaffing van de doorsneesystematiek in de aanvullende pensioenen zijn nog veel groter. De VCP is daarom zeer kritisch op de afschaffing van de doorsneesystematiek.

Het is de vraag of de gevolgen van afschaffing van de doorsneesystematiek opwegen tegen de problemen die erdoor opgelost worden. Pensioendeelnemers mogen straks niet met lege handen komen te staan. Dat is niet acceptabel. Het is belangrijk om strikte voorwaarden te stellen, mocht er om politieke redenen door het kabinet toch besloten worden tot het afschaffen van de doorsneesystematiek. Het kan en mag het niet zo zijn dat de deelnemers eenzijdig de rekening krijgen gepresenteerd. Het is voor de VCP dan ook van groot belang dat deelnemers vooraf concreet zekerheid krijgen over compensatie en wie daarvoor gaat betalen, alvorens er wordt overgestapt op een andere opbouwsystematiek.

Waarover gaat de afschaffing doorsneesystematiek?

In Nederland hebben werknemers sinds jaar en dag pensioen opgebouwd op basis van het principe van doorsneepremie en -opbouw (de zogenoemde doorsneesystematiek). Elk jaar mag een vast percentage van het inkomen of de pensioengrondslag aan het pensioen worden toegevoegd. Een andere opbouwsystematiek maakt hier een einde aan. Jongeren gaan meer opbouwen en oudere werknemers krijgen een lager opbouwpercentage dan nu. Er ontstaat op deze manier een herverdeling tussen generaties. Voor de 45-jarige werknemer betekent dit dat de pensioenopbouw vanaf het moment van invoering naar beneden gaat, zonder dat hij of zij op jongere leeftijd het voordeel van een hogere opbouw heeft gehad. Het collectieve nadeel hiervan is geraamd tussen de 60 en 100 miljard euro. Dat is de prijs van compensatie van deze transitie. Op 1.400 miljard pensioenvermogen komt dit in hoge raming overeen met een gat van 7% van de pensioenaanspraken en dat moet ergens vandaan komen. Aangezien het een wens van de politiek betreft, zal de politiek ook bereid moeten zijn hier significant in mee te betalen.

Hoe kijkt de VCP aan tegen AOW en pensioen voor ZZP’ers?

Een correctie op de versnelling van de AOW-leeftijdsverhoging in samenhang met verplichte pensioenopbouw voor ZZP-ers, eventueel met een beperkte opt-out mogelijkheid, maakt dat iedereen in Nederland, nu en in de toekomst, het vooruitzicht heeft van een gedegen oudedagsvoorziening. Los hiervan is het noodzakelijk om tot goede afspraken te komen over de aanvullende pensioenen. Er kan en mag hier geen sprake zijn van een uitruil die ten koste gaat van het aanvullend pensioen van heel veel mensen.

Hoe komt een akkoord tot stand?

Er kan pas sprake zijn van een akkoord wanneer de werknemers- en werkgeversorganisaties in het overleg overeenstemming bereiken. Bij afspraken over pensioen zal het bovendien noodzakelijk zijn om tot een akkoord tussen sociale partners en het kabinet te komen. De VCP is voor een zorgvuldige procesgang, omdat het bij pensioenen over grote belangen gaat. De VCP stemt niet in met een eventueel pensioenakkoord zonder een goede achterbanraadpleging. Voor draagvlak moet de achterban formeel met een akkoord instemmen. Ieder van de bij de VCP aangesloten organisaties zal de eigen achterban raadplegen.

Hoe gaat het nu verder?

Als centrale werknemersorganisatie neemt de VCP deel aan de onderhandelingen over een pensioenakkoord. De VCP zal samen met FNV en CNV vanuit de inhoud het onderhandelingsproces continueren met werkgevers. De VCP blijft namens de professionals van Nederland constructief meedenken over de toekomst van ons pensioenstelsel. Eerlijk en op inhoud, zodat iedereen weer terecht vertrouwen krijgt in het Nederlandse pensioenstelsel.