24 mei 2019

Q&A Pensioenplan VCP - Algemeen

De Vakcentrale voor Professionals (VCP) heeft na het stranden van de pensioenonderhandelingen gewerkt aan een samenhangend pensioenvoorstel. Dit is een afgewogen pensioencontract dat zou kunnen werken voor iedereen. Het borduurt voort op eerdere voorstellen; sommige keuzes zijn herzien, andere zijn nader uitgewerkt en daarmee is dit totaalplan een aanzienlijke verbetering. In deze Q&A zetten we de belangrijkste vragen op een rij.

Vanwaar dit voorstel?
De VCP heeft zich in de pensioenonderhandelingen altijd constructief opgesteld met het doel een akkoord mogelijk te maken. Na het mislukken van de pensioenonderhandelingen vorig jaar heeft de VCP onverminderd vastgehouden aan die lijn. Wij konden geen ja zeggen tegen het contract dat in november voorlag. Maar nee zeggen schept ook een verplichting. Dat heeft geresulteerd in een afgewogen pensioencontract dat wel haalbaar is.

Waarom deugden de voorstellen waarover vorig jaar werd gesproken niet?
Die voorstellen boden geen garantie dat het nieuwe stelsel beter zou zijn dan het huidige. Om de doelstelling van een koopkrachtig pensioen te bereiken moet structureel voldoende premie beschikbaar zijn en moeten de rekenregels passend zijn. Daarover waren de teksten vaag en bleef onzekerheid bestaan. Veel problemen werden vooruitgeschoven of op de vele lokale overlegtafels geparkeerd in de hoop dat ze daar worden opgelost. Ook was de afschaffing van de doorsneesystematiek onlosmakelijk verbonden aan dat voorstel, terwijl de prijs daarvan praktisch bij de deelnemers werd neergelegd. Al met al geen pakket waar we achter konden staan.

Is het een compleet nieuw idee?
Het plan van de VCP borduurt voort op de eerdere voorstellen, maar verschilt op een aantal inhoudelijke zaken van de voorstellen die vorig jaar op tafel lagen. De uitgangspunten zijn onverminderd hetzelfde gebleven, namelijk dat solidariteit en collectiviteit de ankers blijven van een goed, toekomstbestendig pensioenstelsel. De VCP hecht aan duidelijkheid vooraf. Veel zaken zijn nu in nieuwe, heldere teksten concreet uitgewerkt zodat iedereen weet waar we voor kiezen, zonder losse eindjes of vaagheden.

Wat is er nieuw aan?
We ontwerpen het contract op basis van een ambitie. We zorgen er aan de voorkant voor dat de premie voldoende is om erop te kunnen vertrouwen dat de ambitie gehaald kan worden. Het plan gaat uit van de ambitie dat iedereen in 42 jaar tijd een pensioen opbouwt van 80 procent van het middelloon en dat de uitkeringen gemiddeld tenminste meegroeien met de inflatie.
Voor de deelnemers is het dan ook een contract op basis van een uitkering. Dat geeft houvast. Voor de werkgevers staat de premie echter centraal. Ze hoeven niet bang te zijn voor latere verplichtingen, maar daar staat tegenover dat van premiekortingen nooit meer sprake zal zijn.

Waarom wordt er afscheid genomen van het huidige contract met nominale zekerheid?
Het huidige contract is ondanks de primaire doelstelling zekerheid niet veilig. De pensioenfondsen moeten zich aan strenge wettelijk opgelegde financiële regels houden. Zo moeten ze rekenen met de risicovrije rente en hoge buffers aanhouden voordat ze mogen indexeren. Zo moeten ze een dekkingsgraad (verhouding tussen vermogen en verplichtingen) hebben van rond de 125% alvorens er volledig kan worden geïndexeerd.
Met deze regels wordt kans op korten wel kleiner – en dat is een vorm van zekerheid – maar ook indexeren raakt steeds verder uit zicht. De zekerheid levert dus geen hoger pensioen op, maar stelt verhoging juist uit om potentiele verlaging te voorkomen; ook in het huidige systeem hangt de pensioenuitkomst uiteindelijk dus af van de inleg en de beleggingsresultaten.
In het nieuwe contract laten we de notie van expliciete zekerheid los en zetten we de ambitie aan de voorkant voorop in het solide ontwerp van het stelsel. Met een stabiele premie die structureel voldoende is en het terugbrengen van de invloed van de rente op de pensioenuitkomsten, kiezen we voor een transparant en uitlegbaar systeem. Een systeem waarin de rendementen directer vertaald worden in pensioenverhogingen en verlagingen. Om te voorkomen dat de uitkeringen in grote mate afhankelijk zijn van wijzigingen in de rente, hanteren we in het contract een vast rekenrendement.

Hoe zeker ben je als deelnemer straks van een goed pensioen?
Ook in dit systeem is er sprake van een goed pensioen en het geeft daarbij veel meer helderheid. In het VCP-plan worden verhogingen niet uitgesteld: de pensioenen worden eerder en meer verhoogd. Daardoor kan (en zal) een verlaging ook eerder voorkomen, maar het rekenrendement is zo gekozen dat de gemiddelde verhoging door de jaren heen naar verwachting de inflatie zal overstijgen. We hanteren een 10-jaarsspreidingsperiode voor de plussen en minnen, zodat de pensioenen (redelijk) stabiliseren.

Beginnen we nu weer van voor af aan met een wensenlijstje van de VCP?
Dit plan is een samenhangend geheel waarin de belangen van alle partijen en de inzichten van de afgelopen jaren zijn meegenomen. Het pensioenstelsel is primair het stelsel van de werkenden en gepensioneerden. Maar ook de werkgevers, de overheid en de DNB moeten zich kunnen herkennen in dit plan.

Zit er dan nog onderhandelingsruimte in?
Het is de afgelopen jaren gebleken dat een groot complex onderwerp zoals dit zich niet leent voor koehandel. Het is als een waterbed: als je aan de ene kant drukt, komt het ergens anders omhoog. Daarom leggen wij een afgewogen plan neer, waarin alle stukjes van de puzzel op elkaar aansluiten Het is dan ook niet het ideaal van de VCP, maar er is rekening gehouden met de verschillende belangen.

Waarom was afschaffing van de doorsneesystematiek een struikelblok voor de VCP?
De afschaffing van de doorsneesystematiek is een wens van het kabinet. Maar afschaffing van de doorsneesystematiek is complex en brengt risico's met zich mee voor veel deelnemers. Met name de generatie die rond de 45 is, wordt het hardst geraakt met een pensioengat tot wel 10%.
Compensatie van de getroffen werknemers was en is een noodzakelijke voorwaarde om de doorsneesystematiek te kunnen afschaffen. De overheid zal daar de regie en verantwoordelijkheid in moeten nemen en daadwerkelijk moeten zorgen voor compensatie. Dat ontbrak vorig jaar.
De berekeningen die door het CPB gemaakt worden, kijken naar gemiddelden. Het moet echter voor alle deelnemers in de individuele pensioenfondsen en verschillende soorten pensioenregelingen netjes worden geregeld. Dat betekent ook dat het echte compensatie moet zijn, die niet alleen uit de zak van de deelnemers wordt betaald.

Hoe verhoudt de doorsneesystematiek zich tot het contract?
Mocht de compensatie niet lukken, dan is afschaffing van doorsneesystematiek niet mogelijk. Het contract staat echter los van de vraag of de doorsneesystematiek wordt afgeschaft en kan dus onafhankelijk daarvan worden ingevoerd.

Is dit voorstel een begaanbare weg?
De VCP is van mening dat het plan past in het huidige tijdsgewricht. Mensen moeten kunnen genieten van een goede oude dag, ondanks toenemende onzekerheden. Daar hoort een pensioen bij met voldoende zekerheden. En een stelsel dat uitlegbaar en relatief eenvoudig is, maar waarbij collectiviteit en solidariteit behouden blijven. Dat komt ten goede aan het herstel van vertrouwen.

Klik hier voor de technische Q&A